top of page
  • Silocare

Brief van collega Ine Opsomer ivm de terugbetaling bij kinderen met verhoogde tegemoetkoming



Ik ben Ine. Na mijn opleiding tot algemeen tandarts volgde ik aan de KUL gedurende drie jaar een bijkomende opleiding in de specialistische mondzorg ‘Kindertandheelkunde en bijzondere mondzorg’. Hoewel ik op mijn pad al veel hindernissen ben tegengekomen en ik al vaak op de barricades heb moeten staan voor mijn patiënten, had ik tot voor kort nog geen seconde spijt van mijn beroepskeuze.


Meteen na het behalen van mijn diploma in 2014 startte ik mijn gespecialiseerde praktijk in Geel waar ik me uitsluitend richt tot kinderen en mensen met een verstandelijke beperking. Op zeer korte tijd had ik een overvolle agenda. De nood aan gespecialiseerde tandzorg is ontzettend hoog. Mijn man schoolde zich om zodat hij de dagdagelijkse werking van de praktijk voor zijn rekening kon nemen en me kon assisteren waar nodig. Gespecialiseerde zorg voor deze doelgroep is namelijk onmogelijk zonder assistentie aan de stoel. Ondanks de overvolle agenda en lange werkdagen werd al snel duidelijk dat onze praktijk nauwelijks rendabel was. Er bestaat in België, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, geen aangepaste nomenclatuur voor de moeilijk behandelbare patiënt. Werken aan conventie is voor deze doelgroep onmogelijk. Mijn patiënten vragen veel meer tijd, inspanning en expertise en de tarieven liggen te laag.

Gemiddeld genomen besteden wij als tandarts Kinder- en Bijzondere Tandheelkunde minstens dubbel zoveel tijd aan een behandeling. Vaak is het zelfs zo dat er aan een behandeling meerdere intensieve contacten voorafgaan om onze patiënt met bijzondere noden überhaupt zover te krijgen dat hij zich laat behandelen.


Als je voor Kinder- en Bijzondere Tandheelkunde kiest, doe je dat vanuit een passie. Je weet namelijk van in het begin dat je niet voor de meest winstgevende tak kiest. Aangezien er voor ons geen aangepaste vergoeding voorzien is, rekenen wij bij onze patiënten een beperkt supplement aan. Dit is noodzakelijk om de praktijk rendabel te houden en onze gespecialiseerde zorg te kunnen blijven aanbieden. En laat dat nu zijn wat de nieuwe wet van Vandenbroucke vanaf 1 januari verbiedt...


In België heeft 1 op 5 verhoogde tegemoetkoming, maar in mijn patiëntenbestand heeft 4 op 5 dat statuut. Mijn patiënten met verstandelijke beperking vallen hier namelijk ook grotendeels onder. Volgens de media kiezen meer en meer van onze collega’s ervoor “om geen patiënten meer te behandelen aan wie ze te weinig verdienen”. Los van het feit dat de media op deze manier foutieve, onvolledige en eenzijdige info verspreiden, heb ik in mijn ogen geen keuze. Zorgen verlenen aan de patiënt met VT is namelijk wat ik het grootste deel van de dag doe. En laten we eerlijk zijn. Als ik en mijn collegae kinder- en bijzondere THK de ‘moeilijk behandelbare patiënt’ waaronder de patiënt met ernstig verstandelijke beperking niet meer voor onze rekening nemen, zullen er weinig collegae staan te springen om ze van ons over te nemen.


De keren dat ik al te horen heb gekregen dat ik me na het invoeren van de nieuwe wet beter terug zou richten tot de algemene tandheelkunde zijn niet meer te tellen. Ik weiger echter mijn eigen patiënten de deur te wijzen om ze te vervangen door iemand waar ik misschien wel de kost aan kan verdienen.


Al meer dan een half jaar probeer ik aan het beleid duidelijk te maken wat de gevolgen zullen zijn voor mijn patiënten, de allerzwaksten van onze maatschappij. Ik had al rechtstreeks contact met de kabinetschef van minister Vandenbroucke, ging in gesprek met topmensen van de ziekenfondsen, contacteerde politici... Overal kreeg ik het antwoord dat men ons beroepsprofiel niet verloren wil zien gaan, maar ondertussen zijn we 36 dagen verwijderd van 1 januari 2024. Ik heb daarnaast samen met mijn collega’s van het bestuur van het BAPD (Belgische Academie voor KinderTHK) maanden geleden de beroepsverenigingen gecontacteerd. Voorlopig heb ik nog altijd geen perspectief. Ik weet waarom en voor wie ik de strijd voer, maar de tijd begint nu echt te dringen. Ik voel me niet gerustgesteld door berichten die hier door sommige collegae worden gepost dat “de wet waarschijnlijk toch niet voor de zomer in voege zal treden”.


De negatieve berichtgeving in de pers over "de tandarts die patiënten weigert waaraan hij niet genoeg verdient", “de tandarts als geldwolf”... was voor mij de druppel. De berichtgeving is zo eenzijdig, zo onvolledig... Het kan toch niet zijn dat de individuele tandarts die bewust koos voor de moeilijkst te behandelen doelgroep (bijna allemaal patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming) persoonlijk zoveel moet inleveren dat de praktijk de deuren moet sluiten? Het is de taak van de maatschappij om te zorgen dat tandzorg voor iedereen toegankelijk is, niet van de individuele tandarts.


Ik hoor op de nationale radio en televisie uitspraken als ‘de tandarts moet nog eens goed nadenken waarom hij ooit voor dit beroep heeft gekozen’. Ik moet daar niet over nadenken, want ik weet dit namelijk nog steeds heel goed. Ik zet mij dagdagelijks in voor de zwakkeren uit onze maatschappij en dat doe ik met hart en ziel. Ik ben de wanhoop echter nabij. Binnen de nieuwe wetgeving zal mijn praktijk namelijk de deuren moeten sluiten. Een wet die bedoeld zou zijn om de zwakkeren te beschermen zal er in dit geval alleen toe leiden dat veel van hen geen toegang meer zullen hebben tot gespecialiseerde tandzorg. Wat wij doen is heel erg belangrijk en mag niet verloren gaan.


Wij willen geen patiënten met verhoogde tegemoetkoming weigeren. Integendeel. We willen hen de meest kwaliteitsvolle en menswaardige zorgen kunnen blijven aanbieden. Er rest me niets anders dan te proberen mijn verhaal in de media te krijgen, met de correcte informatie.


Ook onze kant van het verhaal verdient aandacht

11 weergaven0 opmerkingen
bottom of page